Heythuysen - 2 november 2026 - Weet je het nog? Tijdens mijn dagelijkse wandeling door Heythuysen zie ik ze overal liggen: zonnepanelen op de daken. Een stukje zon op je eigen huis, waarmee je zelf elektriciteit kunt opwekken. Prachtig toch? Maar dan komt de rekening. Vanaf 1 januari 2027 stopt de Nederlandse salderingsregeling. En dat roept een heel interessante vraag op: wat betekent dat nu eigenlijk voor ons, arme zieltjes? De melkkoeien van de staat!

Gaan we straks meer betalen voor onze ‘gratis elektriciteit’, ondanks het feit dat we die zelf opwekken? En wat blijft er financieel over van die investering op onze daken?
Ga er maar eens rustig voor zitten. Want ook hier zit een verhaal achter.
Eerst even: wat is salderen? Je hebt zonnepanelen op je dak en die leveren meer elektriciteit dan je op dat moment nodig hebt. Die overtollige stroom lever je terug aan het elektriciteitsnet. In de huidige situatie mag je de teruggeleverde stroom op jaarbasis wegstrepen tegen de stroom die je van je energieleverancier afneemt. Dat noemen we salderen.
Vanaf 2027 verandert dit. Je mag de teruggeleverde stroom dan niet meer op dezelfde manier verrekenen met je afgenomen stroom. Voor de elektriciteit die je teruglevert, ontvang je een vergoeding van je energieleverancier. Voor de stroom die je afneemt, betaal je het afgesproken tarief, inclusief de toepasselijke belastingen en andere kosten.
Tot 2030 moet de terugleververgoeding minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen. Dat is het stroomtarief zonder belastingen. Energieleveranciers mogen daarnaast onder voorwaarden terugleverkosten rekenen. Met andere woorden: wat je uiteindelijk financieel overhoudt, hangt af van je energiecontract, je verbruik en de hoeveelheid stroom die je teruglevert.
En daar begint het interessant te worden. Wat betekent dit voor jouw en mijn portemonnee?
Het grote verschil zit in één vraag: wat doe je met je eigen zonnestroom?
Gebruik je de elektriciteit direct in huis, bijvoorbeeld voor de wasmachine, vaatwasser, airco of het opladen van je elektrische stalen ros? Dan hoef je die stroom op dat moment niet van je energieleverancier af te nemen. Dat blijft financieel aantrekkelijk.
Lever je daarentegen overdag veel stroom terug aan het net en koop je 's avonds weer elektriciteit in, dan kan je financiële voordeel flink teruglopen. Je krijgt immers niet noodzakelijk dezelfde vergoeding voor de stroom die je teruglevert als het bedrag dat je betaalt wanneer je later elektriciteit afneemt.
En dan vraag ik me toch af: wie was ook alweer de melkkoe?
Wat kunnen we eraan doen?
Misschien moeten we anders gaan kijken naar onze zonnepanelen. Niet alleen denken: hoeveel zonne-energie kan ik opwekken?
Maar vooral: hoeveel van die elektriciteit kan ik zelf gebruiken op het moment dat de zon schijnt?
De wasmachine overdag laten draaien. Apparaten slim instellen. De elektrische auto opladen wanneer de zonnepanelen volop produceren. Klinkt logisch, toch?
Maar nu komt de praktijk...
Wij werken met z'n tweetjes. Van één loon kun je tegenwoordig de toko nauwelijks draaiende houden. Dus staan we allebei overdag op ons werk. En die wasmachine? Die staat thuis. De vaatwasser? Ook thuis. En mijn elektrische stalen ros? Die staat misschien wel ergens op een parkeerplaats, aangesloten op een laadpaal waarvoor ik gewoon moet betalen.
Dus vertel eens: hoe moet ik al die zelf opgewekte zonnestroom optimaal benutten als ik overdag helemaal niet thuis ben?
Natuurlijk kun je apparaten programmeren. En natuurlijk kun je proberen je verbruik aan te passen. Maar dat lukt niet iedereen even gemakkelijk. Niet iedereen heeft dezelfde werktijden, dezelfde woning, dezelfde apparatuur of dezelfde financiële mogelijkheden.
En dan zijn er nog de thuisbatterijen.
Die ontwikkeling gaat door en ze kunnen helpen om overdag opgewekte elektriciteit later zelf te gebruiken. Maar zo'n batterij is niet gratis. De aanschafprijs, de levensduur, de verliezen bij het opslaan en terugleveren, je verbruik en je energiecontract bepalen mede of de investering financieel interessant is.
De toekomst zal uitwijzen hoe aantrekkelijk die oplossingen worden.
Maar het voelt toch een beetje vreemd: eerst investeren we in zonnepanelen om zelf energie op te wekken, vervolgens veranderen de spelregels en daarna moeten we mogelijk opnieuw investeren om onze eigen opgewekte stroom zo voordelig mogelijk te kunnen gebruiken.
Wat levert het ons als samenleving op?
Volgens de overheid is het beëindigen van de salderingsregeling onder andere bedoeld om de regeling te veranderen en huishoudens te stimuleren hun eigen zonnestroom direct te gebruiken.
En nu ga ik misschien een beetje gemeen zijn.
Ik vraag me serieus af of dit in de praktijk wel zo goed aansluit bij het leven van de gewone burger. Want laten we eerlijk zijn: niet iedereen kan overdag thuis de wasmachine aanzetten. Niet iedereen kan een elektrische auto voor de deur parkeren. En niet iedereen heeft duizenden euro's achter de hand om vervolgens ook nog eens een thuisbatterij aan te schaffen.
Het beleid klinkt op papier misschien logisch. Maar de dagelijkse werkelijkheid is soms een heel ander verhaal.
En dan bekruipt me het gevoel dat de burger opnieuw mag opdraaien voor de rekening.
De melkkoe, weet je nog?
En dan hebben we het nog niet eens over brandveiligheid gehad… Ook daarover hoor je regelmatig discussies. Zonnepanelen op daken, thuisbatterijen en elektrische auto's brengen specifieke veiligheidsvraagstukken met zich mee. Denk aan elektrische installaties, brandbestrijding en de bijzondere risico's van accu's die beschadigd raken of in brand vliegen. Bij een brand in een woning met zonnepanelen moet de brandweer bijvoorbeeld rekening houden met elektrische componenten. Bij een brandende elektrische auto kan een accubrand bovendien een langdurige en ingewikkelde inzet vereisen.
Dat betekent niet dat iedere elektrische auto gevaarlijker is of dat een woning met zonnepanelen niet veilig te blussen is. Het betekent wel dat nieuwe technieken nieuwe eisen stellen aan veiligheid, kennis en voorzieningen.
En daarover mogen we best kritische vragen stellen.
Hoe zijn onze woningen voorbereid? Hoe zit het met parkeergarages, veerponten en andere plekken waar elektrische voertuigen worden toegelaten? Zijn de veiligheidsmaatregelen voldoende afgestemd op de risico's? En wie betaalt uiteindelijk voor de aanpassingen die nodig zijn?
Dat zijn toch geen onredelijke vragen?
We worden aangemoedigd om over te stappen op nieuwe technieken. Dan mag je als burger toch ook verwachten dat de voordelen, de risico's én de kosten eerlijk worden uitgelegd? Misschien wel. Maar als je de hele dag met energie bezig bent, mag je af en toe ook eens kritisch naar het systeem kijken.
Of draaf ik nu een beetje door? Ach, daar zijn columns voor. Iets aan de kaak stellen!
De zon blijft gratis. De rekening niet.
Begrijp me goed: ik ben niet tegen zonne-energie. Integendeel. Het idee dat we energie uit zonlicht kunnen halen, vind ik nog steeds fascinerend. Zoals ik in deel 1 al beschreef, begint die energie diep in het binnenste van de zon, bij kernfusie. Miljoenen kilometers verderop vangen onze zonnepanelen een klein stukje van die energie op en zetten die om in elektriciteit.
Wetenschappelijk gezien blijft dat een prachtig verhaal.Maar tussen die indrukwekkende natuurkunde en de rekening op onze deurmat zit een wereld van verschil. Of de veranderingen vanaf 2027 voor jou gunstig of ongunstig uitpakken, hangt af van je persoonlijke situatie, je energiecontract en de manier waarop je de opgewekte stroom gebruikt.
Eén ding is duidelijk: de zon blijft gratis schijnen. Alleen de manier waarop we haar energie financieel benutten, verandert. En dus blijf ik tijdens mijn dagelijkse wandeling door Heythuysen naar die daken kijken.
Met de zon in mijn gezicht en twee honden aan de lijn vraag ik me af:
Zijn we straks slimmer met onze energie bezig, of wordt het voor de gewone burger vooral een duurder verhaal?
Misschien is het antwoord wel allebei.
Maar één ding weet ik zeker: als we van burgers verwachten dat ze investeren in de energietransitie, dan moeten de spelregels wel begrijpelijk, voorspelbaar en betaalbaar blijven.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen om zonnepanelen op een dak. Het gaat ook om de mensen die eronder wonen.
Tot een volgende keer… Ron
Ron Van Pol, voorzitter van Groen Hart Leudal, heeft sinds juni 2020 zijn eigen column bij DeltaLimburg.nl.
Kopfoto: © Foto en Film Leon van Lier